Europese
normen voor adembescherming
Krachtens de Europese wetgeving moeten alle types van ademhalingsbescherming
getest en gecertificeerd worden.
Er zijn Europese normen (EN) opgesteld voor vrijwel elk type van
ademhalingsbescherming. Die normen leggen de prestatievereisten
en testmethodes gedetailleerd vast en zijn van toepassing op een
welbepaald type van bescherming.
Dit hoofdstuk gaat dieper in op de huidige EN-normen die betrekking
hebben op de 3M producten voor ademhalingsbescherming.
Nuttige terminologie:
Kwartmasker - een masker dat de neus en de mond
bedekt.
Halfgelaatsmasker - een masker dat de neus, de
mond en de kin bedekt.
Volgelaatsmasker - een masker dat de ogen, neus,
mond en de kin bedekt.
Afhankelijke ademhalingsbescherming
- maskers waarbij de kracht van de longen nodig is om de verontreinigde
lucht, via een filter dat die lucht zuivert, uit de omgeving op
te nemen,
Systemen met aangedreven lucht - maskers die een
ventilator/motor gebruiken om de verontreinigde lucht van de omgeving
via een filter op te nemen, en die zuivere lucht toevoeren naar
het gelaatsstuk.
Maskers met luchttoevoer - maskers waarbij vanuit
een onafhankelijke bron (bijvoorbeeld perslucht) schone, inadembare
lucht rechtstreeks naar het gelaatstuk wordt gebracht.
Europese normen voor gelaatstukken
EN149: 2001 - Filtrerende halfgelaats maskers die bescherming
bieden tegen stofdeeltjes
Opmerking: deze norm vervangt de EN149: 1991
Een filtrerend halfgelaats masker is een masker waarbij het gelaatstuk
volledig of voor een groot stuk bestaat uit filtermateriaal, of
een gelaatstuk waarin de hoofdfilter(s) een onlosmakelijk deel van
het masker vorm(t)(en). Maskers die getest zijn volgens EN149: 2001
zijn bedoeld om te beschermen tegen vaste stoffen, op water en/of
olie gebaseerde aërosols. Binnen de norm EN149: 2001 bestaan
er drie beschermingscategorieën: FFP1, FFP2 en FFP3.
De gelaatstukken zijn onderverdeeld in categorieën op basis
van de filter-efficiëntie. De EN149: 2001 verschilt van de
EN149: 1991 in die zin dat alle producten die getest worden volgens
de EN149: 2001 bescherming moeten bieden tegen vloeibare en vaste
deeltjes terwijl de EN149: 1991 de mogelijkheid bood om te testen
op enkel vaste aërosols (voor FFP1, FFP2 en FFP3) en op de
combinatie van vaste en vloeibare aërosols (voor FFP2 en FFP3).
EN405 (1993): Met een ventiel uitgerust filtrerend halfgelaats
masker om te beschermen tegen gassen, of gassen en stofdeeltjes.
Een halfgelaatsmasker uitgerust met zowel een in- als uitademventiel
dat volledig of voor een groot deel bestaat uit filtermateriaal,
of een gelaatstuk waarin de gas-/dampfilter(s) een onlosmakelijk
deel van het masker vorm(t)(en) en waarin stofdeeltjesfilters ingebouwd
zijn of vervangen kunnen worden.
Stofdeeltjesfilters kunnen beschermen tegen vaste stoffen, op water
en/of olie gebaseerde aërosols en zijn onderverdeeld in categorieën
op basis van de filter-efficiëntie.
Gas- en dampfilters verwijderen welbepaalde gassen en dampen (details
over de gasfiltertypes staan bij EN141)
Gecombineerde filters verwijderen welbepaalde gassen en stofdeeltjes.
EN140 (1999): Halfgelaatsmaskers en kwartmaskers
Deze norm legt de vereisten vast voor halfgelaats en kwartmaskers
als onderdeel van een ademhalingsbeschermingstoestel.
Deze maskers zijn te gebruiken in afhankelijke systemen, motoraangedreven
systemen of systemen met luchttoevoer.
Wanneer het masker als een afhankelijk systeem gebruikt wordt,
kunnen er filters conform
EN141, EN143, EN371 of EN372 op aangebracht worden.
EN136 (1998): Volgelaats maskers
Deze norm legt de vereisten vast voor volgelaats maskers als onderdeel
van een ademhalingsbeschermingstoestel.
Deze maskers zijn te gebruiken in afhankelijke systemen, motoraangedreven
systemen of systemen met luchttoevoer.
Er bestaan drie categorieën volgelaats maskers.
Categorie 1 - Licht werk en weinig onderhoud
Categorie 2 - Algemeen werk, met onderdelen die
onderhouden kunnen worden
Categorie 3 - Zwaar werk / brandbestrijding
Wanneer de maskers als een afhankelijk systeem gebruikt worden,
kunnen er filters conform EN141, EN143, EN371 of EN372 aangebracht
worden.
Europese normen voor filters
EN141 (1991): Gas- en dampfilters en gecombineerde filters
Deze norm legt de minimale vereisten vast voor gas- en dampfilters
en gecombineerde filters als onderdeel van een ademhalingsbeschermingstoestel.
Gas- en dampfilters verwijderen welbepaalde gassen en dampen. Gecombineerde
filters verwijderen vaste en/of vloeibare deeltjes en welbepaalde
gassen en dampen.
Gas- en dampfilters en gecombineerde filters worden op basis van
hun toepassing en beschermingsvermogen ondergebracht in types en
categorieën.
Filtertypes
Gas- en dampfilters worden onderverdeeld in categorieën op
basis van het soort gas of damp dat ze verwijderen:
Type A: Als bescherming tegen bepaalde organische
gassen en dampen met een kookpunt van meer dan 65 °C, zoals
is opgegeven door de fabrikant.
Filters van type A moeten worden gemerkt met de kleurcode Bruin.
Type B: Als bescherming tegen bepaalde anorganische
gassen en dampen, zoals is opgegeven door de fabrikant (met uitzondering
van CO).
Filters van type B moeten worden gemerkt met de kleurcode Grijs.
Type E: Als bescherming tegen zwaveldioxide en
andere zure gassen en dampen, zoals is opgegeven door de fabrikant.
Filters van type E moeten worden gemerkt met de kleurcode Geel.
Type K: Als bescherming tegen ammoniak en organische
ammoniakderivaten, zoals is opgegeven door de fabrikant.
Filters van type K moeten worden gemerkt met de kleurcode Groen.
Filters van type A, B, E en K worden verder nog in categorieën
onderverdeeld op basis van hun filtercapaciteit:
Categorie 1 - kleine capaciteit, tot 1000 ppm
Categorie 2 - gemiddelde capaciteit, tot 5000 ppm
Categorie 3 - grote capaciteit, tot 10 000 ppm
Type NO-P3: Ter bescherming tegen stikstofoxiden.
De filter is uitgerust met een stofdeeltjesfilter. De filter moet
gemerkt zijn met de kleurcode Blauw-wit, samen met de filtercategorie,
bijv. NO-P3.
Type Hg-P3: Ter bescherming tegen kwikdamp. De
filter is uitgerust met een stofdeeltjesfilter. De filter moet gemerkt
zijn met de kleurcode Rood-wit, samen met de filtercategorie, bijv.
Hg-P3.
Filtercombinaties
Als een filter een combinatie van types is, moet die voldoen aan
de vereisten die voor elk type afzonderlijk gelden. De filter moet
ook gemerkt zijn met elke kleurcode. Een ABEK2P3 filter moet bijvoorbeeld
als volgt gemarkeerd zijn: bruin, grijs, geel, groen en wit.
EN143 (1990): Stoffilters
Deze norm legt de vereisten vast voor stoffilters als onderdeel
van een ademhalingsbeschermingstoestel.
Stoffilters zijn onderverdeeld in categorieën op basis van
de filter-efficiëntie. Er bestaan drie categorieën stoffilters:
P1, P2 en P3.
P1-filters dienen ter bescherming tegen louter vaste stofdeeltjes.
P2- en P3-filters zijn onderverdeeld op basis van hun vermogen om
zowel vaste als vloeibare stofdeeltjes of enkel vaste stofdeeltjes
te verwijderen.
Stoffilters moeten de kleurcode Wit hebben.
EN371 (1992): Filter voor organische verbindingen met een
laag kookpunt
EN371 - AX-filters
AX-filters dienen ter bescherming tegen bepaalde organische verbindingen
met een laag kookpunt. Ze zijn gecategoriseerd in maar één
type en in categorie AX.
Gecombineerde filters ter bescherming tegen bepaalde organische
verbindingen met een laag kookpunt, zoals is opgegeven door de fabrikant,
én tegen stofdeeltjes zijn onderverdeeld in categorieën
op basis van hun filter-efficiëntie voor stofdeeltjes: types
AXP1, AXP2 en AXP3. (De stofdeeltjefilter van de gecombineerde filter
moet daarbij voldoen aan de norm EN143 voor stoffilters.)
AX-filters hebben de kleurcode Bruin. AXP1/P2/P3 hebben de kleurcode
Bruin-wit.
EN372 (1992): Filters voor specifiek genoemde verbindingen
EN372 - SX-filters
SX-filters dienen ter bescherming tegen specifiek genoemde verbindingen
(gassen en dampen) en zijn gecategoriseerd in maar één
type en in categorie SX. (Met uitzondering van stikstofoxiden, kwikdamp
en koolmonoxide)
Gecombineerde filters ter bescherming tegen specifiek genoemde
gassen, dampen en stofdeeltjes zijn onderverdeeld in categorieën
op basis van hun filter-efficiëntie voor stofdeeltjes: types
SXP1, SXP2 en SXP3. (De stoffilter van de gecombineerde filter moet
daarbij voldoen aan norm EN143 voor stoffilters.)
SX-filters hebben de kleurcode Violet, SXP1/P2/P3 hebben de kleurcode
Violet-wit.
Europese normen voor motoraangedreven systemen
EN146(1991) - Motoraangedreven stoffiltersystemen met helmen
of hoofdkappen
Opmerking: deze norm is vervangen door de EN12941
Een motoraangedreven stoffiltersysteem met een helm of kap ter bescherming
tegen vaste of vaste en vloeibare aërosols.
De uitrusting bestaat uit een helm of kap met een aanzetstuk om
op zijn minst het aangezicht (ogen, neus, mond en kin) te bedekken,
een motoraangedreven ventilator en één of meer stoffilters
die in één unit ingebouwd kunnen worden. De ventilator
bezorgt de drager een stroom van gefilterde omgevingslucht. Uitademventielen
of andere uitlaten verwijderen de lucht die de drager niet nodig
heeft.
Die uitrusting is verdeeld in de categorieën THP1, THP2 en
THP3.
De stoffilters zijn getest volgens EN143 en hebben de kleurcode
Wit.
EN12941 (1998)- Motoraangedreven filtersystemen met helmen
of hoofdkappen
Opmerking: de EN12941 vervangt de EN146 (1991)
Een motoraangedreven filtersysteem met een helm of kap ter bescherming
tegen welbepaalde gassen en dampen, stofdeeltjes (vaste en/of vloeibare
aërosols) of een combinatie van gassen en stofdeeltjes. Met
een waarschuwingsalarm voor een geringe luchtstroom.
De uitrusting bestaat doorgaans uit:
-een hoofdkap of een helm;
-een turbo-unit die ontworpen is om gedragen te worden door de gebruiker
en die gefilterde omgevingslucht naar het masker brengt.
-een filter of filters waardoor alle toegevoerde lucht passeert.
-uitademventielen of andere uitlaten waardoor de uitgeademde lucht
en de lucht die de drager niet nodig heeft verwijderd wordt.
De uitrusting is onderverdeeld in de categorieën TH1, TH2
en TH3.
EN147(1991) - Motoraangedreven stoffiltersystemen met volgelaats,
halfgelaats of kwartmaskers
Opmerking: deze norm is vervangen door de EN12942
Een motoraangedreven stoffiltersysteem met een volgelaats-, halfgelaats-
of kwartmasker ter bescherming tegen vaste of vaste en vloeibare
aërosols.
De uitrusting bestaat uit een volgelaats-, halfgelaats- of kwartmasker,
een motoraangedreven ventilator en (een) filter(s) waardoor alle
lucht naar het masker passeert, en (een) uitademventiel(en) waardoor
de overtollige en uitgeademde lucht verwijderd wordt.
De uitrusting is onderverdeeld in de categorieën TMP1, TMP2
en TMP3.
EN12942 (1998) - Motoraangedreven filtersystemen met volgelaats-,
halfgelaats- of kwartmaskers
Opmerking: de EN12942 vervangt de EN147 (1991)
Motoraangedreven filtersystemen met een volgelaats-, halfgelaats-
of kwartmasker die bescherming bieden tegen welbepaalde gassen en
dampen, stofdeeltjes (vaste en/of vloeibare aërosols) of een
combinatie van gassen en stofdeeltjes. De filteruitrusting kan voor
een aanhoudende luchttoevoer zorgen of kan lucht toevoeren op basis
van het ademritme.
De uitrusting bestaat doorgaans uit:
- een volgelaats-, halfgelaats- of kwartmasker.
- een turbo-unit die gefilterde omgevingslucht naar het masker brengt.
- een filter of filters waardoor alle toegevoerde lucht passeert.
- uitademventielen of andere uitlaten waardoor de uitgeademde lucht
en de lucht die de drager niet nodig heeft verwijderd wordt.
De uitrusting is onderverdeeld in de categorieën TM1, TM2
en TM3.
Europese normen voor systemen met toevoer van perslucht
EN270 (1994)- Ademhalingsapparaat met toevoer van perslucht
in combinatie met een hoofdkap
Een verse luchtsysteem met een hoofdkap waarin de drager vanuit
een persluchtbron inadembare lucht toegevoerd krijgt. Het apparaat
kan uitgerust zijn met een regelventiel voor de luchtstroom, die
de gebruiker met zich mee kan dragen. De uitgeademde en de overtollige
lucht stroomt weg in de omgeving. Een persluchtslang koppelt de
gebruiker aan een persluchtbron.
EN1835 (1999) – Ademhalingsapparaat met toevoer van
perslucht in combinatie met een kap voor licht werk
Een verse luchtsysteem met een kap voor licht werk is een niet-autonoom
werkend toestel waarin de drager inadembare lucht toegevoerd krijgt
vanuit een persluchtbron. Het toestel kan worden uitgerust met een
regelbare klep voor continue luchtstroom die de drager met zich
kan meedragen.
De uitgeademde en de overtollige lucht stroomt weg in de omgeving.
Een toevoerleiding voor perslucht koppelt de drager aan een persluchtbron.
De maximumlengte van de persluchtslang bedraagt 10 meter. De uitrusting
is onderverdeeld in drie categorieën: LDH1, LDH2 en LDH3.
bedrijfskleding
brabant - veiligheidslaars
- specialist
bedrijfskleding - verkoop
bedrijfskleding - veiligheidsschoen
- bedrijfs
veiligheidskleding - leverancier
bedrijfskleding - veiligheids
helm - bedrijfskleding
eindhoven - rubber
handschoenen - info
|